top of page

Promoveren in geschiedenis

  • 3 minuten geleden
  • 5 minuten om te lezen

‘Een vriendin mailde me dat het echt beter was dan een onthoofding op het dorpsplein.’

Hoe is het om te promoveren in geschiedenis? 

 

Roos Nolten, Tibbe Schreurs en Pim Storm

 

De afgelopen jaargangen heeft Skript Historisch Tijdschrift de kans gekregen om meerdere promovendi te interviewen. In dit blog staan we stil bij ervaringen en tips van drie onderzoekers die hun promotietraject afleggen of aflegden aan de UvA. Aan de hand van nog niet eerder gebruikte fragmenten uit eerdere interviews bieden Lotte van Hasselt, Anique Hamelink en Anne-Rieke van Schaik een kijkje in het leven van een promovendus en geven zij tips. 

 

Het bemachtigen van een promotieplek

De promovendi werden de vraag voorgelegd die voor elke aspirerend-promovendus  prangend is: hoe bemachtig je een promotieplek? Anne-Rieke, momenteel in het vierde jaar van haar promotieonderzoek naar vroegmoderne verhaalkaarten, ziet in grote lijnen drie mogelijke routes naar een promotieplek. De eerste is solliciteren bij een bestaande onderzoeksgroep. Tijdens zo’n sollicitatie laat je zien dat je bij het project past en hoe je een eigen draai zou geven aan het onderzoek. Een tweede route is solliciteren op een vacature van een onderzoeksschool van een faculteit, zoals de Amsterdam School of Historical Studies (ASH). Een voordeel van die route: je kan een eigen onderzoeksonderwerp voorstellen. Een nadeel: de competitie is groot, volgens Anne-Rieke zijn er veel sollicitanten.[1]


De laatste route noemt Anne-Rieke self-funded. Er zijn promovendi die hun onderzoek financieren middels externe beurzen, bijvoorbeeld van NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek). Daarnaast zijn er promovendi die geen beurs of aanstelling hebben maar wel promotieonderzoek doen in hun eigen tijd, naast hun baan bijvoorbeeld. Het onderzoek van Anne-Rieke is gefinancierd via een ‘matching-constructie’. Bij deze, minder gangbare, constructie werkt  een universiteit met een andere partij samen om het onderzoek te betalen. In het geval van Anne-Rieke is de andere partij Stichting CHC, een stichting die historische cartografie steunt.


Ben je net afgestudeerd? Begin dan zo snel mogelijk aan een onderzoeksvoorstel voor NWO en probeer je scriptie te publiceren in een wetenschappelijk blad. Houd ook de contacten warm aan de universiteit en deel daar je promotie-ambities. Je moet vooral ‘manifesteren!’ volgens Anne-Rieke. ‘Dat is misschien een beetje eng in het begin, maar als mensen je ambities kennen, zullen ze ook eerder aan je denken als vacatures voorbijkomen.’ Houd ook in het achterhoofd dat het helemaal niet raar is als het even duurt voordat je een promotieplek bemachtigt. Anne-Rieke heeft er zo’n twee jaar overgedaan. Die periode heeft ze eigenlijk evengoed als prettig ervaren. ‘Het gaf mij ook de tijd om goed over mijn onderzoek na te denken, wat ik er precies mee wilde.’ En in de tussentijd is ze naar symposia, congressen en internationale workshops gegaan. ‘Ik deed mee aan de ISHMap workshop voor beginnend onderzoekers in Uruguay. Dat was heel leuk en nuttig: je kreeg daar feedback van internationale onderzoekers en leerde lotgenoten kennen.’

 

Een solitair proces 

Een promotieonderzoek is grotendeels een solitair proces, al is dat ook afhankelijk van het soort onderzoeksproject. Zo kan je werken aan een gezamenlijk project, samen met andere promovendi of postdocs. In dat geval is samenwerking meer gebruikelijk en houd je elkaar op de hoogte van het onderzoek. In een project dat je in je eentje doet, zoals via een NWO-promotiebeurs, ben je een stuk meer op jezelf aangewezen. Hoewel je een kantoorkamer deelt met collega’s, kan je dan wel je eigen niche onderzoeksinteresses hebben.

‘Mijn onderzoek was in essentie vrij solitair,’ vertelt Anique Hamelink, die promoveerde in de presentatie van kleding, gender en identiteit in Romeinse grafportretten. ‘Ik was de enige die zich bezighield met dit thema voor deze periode in Nederland. Maar, ik heb het zelf minder solitair gemaakt.’ Haar tips: ‘Zoek die verbinding ook met collega’s in het buitenland en zoek mensen die geïnteresseerd zijn in jouw onderwerp.’ Dat hoeven niet alleen historici te zijn: ‘Ik heb ook samenwerkingen gehad met re-enactors, kunstenaars en textielbewerkers. Zorg dat je vindbaar bent, zodat je jezelf ook onderdeel maakt van de internationale gemeenschap rondom het onderwerp.’ Lotte deed onderzoek naar vluchtelingen in de Nederlandse Republiek. Hoewel haar kantoorgenoten andere expertise hadden, was het contact nog steeds heel waardevol. Daarnaast kun je samen iets organiseren, zoals een leesgroep, een congres of een symposium, vertelt Lotte. 

 

Het promotieonderzoek en de verdediging

Wat willen de onderzoekers ambiërend promovendi verder meegeven? ‘Maak je promotie ook leuk!’, drukt Anique ons op het hart. Zij is voor haar promotieonderzoek bijvoorbeeld door Noord-Engeland gereden om grafstenen te fotograferen en documenteren. Dat kwam voort uit noodzaak – de beschikbare foto’s waren gedateerd en van de musea uit de buurt kregen ze geen respons – maar het was vooral ook een goede reden om eropuit te gaan. Uiteindelijk troffen ze eeuwenoude grafstenen aan, bedekt onder mos of verborgen in oude, stoffige kelders.


Lotte heeft ons een inkijkje gegeven in haar lijstje met PhD-tips: ‘Het belangrijkste voor mij was: houden aan je werktijden en goed plannen. Als je je planning niet haalt, vraag je dan af of het lag aan dat je te veel had gepland of dat je hebt zitten lanterfanten. In het tweede geval kun je zeggen: ik haal ’s avonds wel in, maar het probleem daarvan is — zeg ik uit ervaring — dat je dan altijd de optie van ’s avonds werken hebt en de noodzaak tot overdag werken minder groot wordt. En juist door die avonden werken kan je stress toenemen, omdat je het gevoel hebt dat je verder geen tijd overhoudt om leuke dingen te doen of te plannen. Dus ik deed dat gewoon niet — tenzij ik écht een keer tijd nodig had om een praatje ergens te houden of iets extra voor te bereiden.’ Een andere tip van Lotte: ‘Begin op tijd met schrijven. Dan is het ook uit je hoofd en dan zie je daarna wel de gaten.’  


Wanneer de dissertatie af is, volgt de verdediging. In een debat, bijgewoond door naasten en collega’s, wordt de promovendus aan de tand gevoeld over het proefschrift. Een leescommissie, gekleed in toga, heeft het proefschrift bestudeerd en stelt kritische vragen. Voor Lotte kwamen de zenuwen voor haar verdediging ‘een beetje in ups en downs.’ Zeker in het begin was ze onzeker, omdat ze het gevoel had niet genoeg over het onderwerp te weten. Dat was eveneens een uitdaging voor Anique: ‘dat je niet weet wat je niet weet in het begin. Je hebt geen idee wat je niet weet.’ Toen de verdediging echt dichtbij kwam, werd Lotte weer zenuwachtig. ‘Richting het einde dacht ik: o, wat een drama dat ik dit moet doen! Een vriendin mailde me dat het echt beter was dan een onthoofding op het dorpsplein. Dat weet ik niet — hopelijk kom ik daar nooit achter. Maar uiteindelijk was het heel erg leuk, vooral dat iedereen interesse toont in je onderzoek. En je weet er toch uiteindelijk — wat iedereen zegt, maar wat je zelf niet gelooft — zelf het meeste van.’

 

Lotte van Hasselt is in januari 2025 gepromoveerd op het onderzoek Deserving refugees? The evolution of a concept in the Dutch Republic.

 


Anique Hamelink promoveerde in december 2024 op het onderzoek Monumentalising identities. Presenting dress, gender and identity in funerary portraits in the Roman north-west.

 


Anne-Rieke van Schaik werkt sinds oktober 2022 als promovendus aan de aan het project Navigating through Narratives: Story Mapping in the Dutch Republic (ca. 1550-1700).

 

Geïnteresseerd in de interviews?

 


[1] Deze tweede route is inmiddels bij veel universiteiten helaas wegbezuinigd. Wie weet wat de toekomst brengt?

 
 
 

Skript Historisch Tijdschrift • Kloveniersburgwal 48, Kamer E2.04/5 • Postbus 1626, 1000 BP Amsterdam • skript-fgw@uva.nl

©2025 Skript Historisch Tijdschrift. 

bottom of page